|
|
|
|
|
|
J. S. BACH: Non sa che sia dolore (BWV 209) |
Beluister
deze cantate alvast in de uitvoering van Helmut Rilling |
||||
| Hoewel
Bach voortdurend aanwijsbaar Italiaanse invloeden verwerkt - het idee
'cantate' alleen al - componeerde hij slechts twee wereldlijke cantates
op Italiaanse tekst: BWV 203 (Amore
traditore)
en BWV 209. Over de aanleiding tot het componeren van deze cantate is
alleen uit de tekst iets op te maken: het gaat blijkbaar om het
afscheid van een jonge knappe kop die uit Leipzig terugkeert naar zijn
vaderland (patria), in het
bijzonder naar de stad Ansbach. Fouten in het Italiaans
(bijvoorbeeld Tuo saver
ipv Il tuo saver)
wijzen erop dat de tekstdichter c.q. arrangeur een Duitser is; hij
heeft teksten verwerkt uit een gedicht van G.B.Guarini (1598), en uit
de opera's Galatea (1721) en Semiramide riconosciuta
(1729) van Pietro Metastasio. Het is onwaarschijnlijk dat iemand in
Leipzig met deze opera-libretti dusdanig vertrouwd was voordat de
Dresdner Opera in 1746/47 een reeks Metastasio-opvoeringen gaf. Daarmee
zou deze cantate - als hij van Bach is, ook daarover bestaat twijfel -
tot Bachs laatste vocale composities behoren. Stilistisch wijst de
tweede aria ook in die richting. De titelzin is in zijn geheel ontleend aan het Guarini-gedicht: "Wie niet sterft bij het afscheid van een vriend, weet niet wat smart is", wat nogal overdreven-barokke poëzie lijkt, vooral omdat Guarini's "zijn geliefde" is veranderd in "een vriend". De verwijzingen naar een zeetocht in beide aria's moeten waarschijnlijk slechts metaforisch worden opgevat. BWV 209 is geschreven voor een sopraansolist, een obligate traverso, strijkers en continuo. |
|||||
| 1. Non
sa che sia dolore Chi dall' amico suo parte e non more. Il fanciullin' che plora e geme Ed allor che più ei teme, Vien la madre a consolar. Va dunque a cenni del cielo, Adempi or di Minerva il zelo. 2. Parti pur e con dolore Lasci a noi dolente il core. La patria goderai, A dover la servirai; Varchi or di sponda in sponda, Propizi vedi il vento e l'onda. 3. Tuo saver al tempo e l'età constrasta, Virtù e valor solo a vincer basta; Ma chi gran ti farà più che non fusti Ansbaca, piena di tanti Augusti. 4. Ricetti gramezza e pavento, Qual nocchier, placato il vento, Più non teme o si scolora, Ma contento in su la prora Va cantando in faccia al mar. |
Over de ooit
betwijfelde authenticiteit van deze cantate laat de
inleidende Sinfonia (1), met zijn aan de Tweede Suite
herinnerende fluitsolo, echter weinig onzekerheid. Er volgen een
accompagnato (2) en een secco (4) recitatief en twee tutti-aria's
met concertante traverso. In de eerste (3),
als da-capo gestructureerde aria beklagen zich de achterblijvers in de
hoekdelen. Het levendiger middendeel, waarin de klaaglijke sextsprong
in het thema van traverso en sopraan vervalt, bezingt de vreugde van
het vaderland; de sopraan sluit zich aan bij de guirlandes van de
fluit. De tweede aria (5), in
modern-galant, italianiserend idioom, prijst de moed van de
vertrekkende.(NB Ricetti moet
zijn Rigetti.) (De Swaen,
29/30
september 2007)
(Literatuur: Klaus Hofmann, Bach Jahrbuch 76(1990)7-25) De Bach-cantatas website biedt een pagina van waar 12 opnames van aria 5 te beluisteren zijn. |
||||
|
© Eduard van Hengel | ||||