J. S. Bach: Und es waren Hirten in derselben Gegend (BWV 248II)
(Weihnachts-Oratorium, deel 2: Am 2. Weihnachtsfeiertage)

Beluister opnames van Harnoncourt,
 Ph. Picket, Herreweghe, Gardiner,
 The Sixteen, René Jacobs of Rilling.
algemene inleiding

De tweede cantate van het Weihnachtsoratorium is gebaseerd op de verzen 8-14 uit Lucas 2; het restant van de evangelielezing van Eerste Kerstdag. Een belangrijke rol spelen de herders aan wie engelen de geboorte van Christus bekendmaken, met hun karakteristieke, aan schalmeien herinnerende instrumenten, twee hobo’s d’amore en twee hobo’s da caccia (‘jachthobo’s’), resp. een terts en een kwint lager gestemd dan normale hobo’s. Zij vervangen de koperblazers uit Deel 1. Thema: het contrast tussen hemel en aarde, engelen en herders.
De twee aria’s refereren eigenlijk, enigszins voorbarig, aan stof uit de volgende cantate: waarschijnlijk om toehoorders in de Thomaskirche centrale noties niet te onthouden die de volgende dag in de Nicolaikirche zouden klinken, maar niet werden herhaald in een vesper in de Thomaskirche.
1. (10) SINFONIA De beroemde, vaak als Hirtenmusik of Pastorale aangeduide instrumentale Sinfonia is in feite een dialoog tussen twee groepen: hemelse engelen (strijkers en 2 traverso’s) en aardse herders (4 hobo’s) wier nachtelijke rust wordt verstoord; de lange, liggende noten van de laagste hobo herinneren aan de (bourdon-)tonen van een doedelzak. Engelen openen de conversatie met stijgende motieven, herders reageren met dalende, waarna men in achtstemmige samenspraak elkaars motieven overneemt: het goddelijke verenigt zich met het aardse. Driemaal herhaalt zich dit proces.
De Sinfonia is programmatisch voor de gehele cantate: een afwisseling van engelen- en herdersscènes.
2. (11) RECITATIEF (T)
(Evangelist:)
»Und es waren Hirten in derselben Gegend
auf dem Felde bei den Hürden,
die hüteten des Nachts ihre Herde.
Und siehe, des Herren Engel trat zu ihnen,
und die Klarheit des Herren leuchtet um sie,
und sie furchten sich sehr.«
Lucas 2:8-9 Harmonische rust tot en met ihre Herde, gevolgd door heldere kleuren, en tenslotte bij Furcht vluchtgedrag over verminderde intervallen in het continuo,
3. (12) KORAAL
Brich an, o schönes Morgenlicht,
und laß den Himmel tagen!
Du Hirtenvolk, erschrecke nicht,
weil dir die Engel sagen,
daß dieses schwache Knäbelein
soll unser Trost und Freude sein,
dazu den Satan zwingen
und letztlich Friede bringen!
Het evangeliebericht wordt terstond onderbroken door een reactie uit de actualiteit, de christenheid identificeert zich met de herders: hier past geen vrees maar een hartelijk welkom. De traverso volgt de sopraan een octaaf hoger: Morgenlicht. Schwache wordt geïllustreerd met een aarzeling in de alt en een moeilijke sprong in de bas. Een nadrukkelijke chromatische opgang van de bas naar Freude, gevolgd door een strijdlustig melisma van bas en tenor op zwingen.
4. (13) RECITATIEF (T, S)
(Evangelist)
»Und der Engel sprach zu ihnen:
(Engel, S) Fürchtet euch nicht, siehe,
ich verkündige euch große Freude,
die allem Volke widerfahren wird.
Denn euch ist heute der Heiland geboren,
welcher ist Christus, der Herr, in der Stadt David.«
Lucas 2: 10-11 Zelfs de boodschapper getuigt van enige opwinding door met een kwintsprong (in plaats van een kwart) het woord te geven aan de engel, de sopraan die wordt umleuchtet met een aura van strijkers. Octaafsprongen (‘allesomvattend’) accentueren Heiland en Herr.
5. (14) RECITATIEF (B)
Was Gott dem Abraham verheißen,
das läßt er nun dem Hirtenchor erfüllt erweisen.
Ein Hirt hat alles das zuvor
von Gott erfahren müssen.
Und nun muß auch ein Hirt die Tat,
was er damals versprochen hat,
zuerst erfüllet wissen.
In een accompagnato met de herdersinstrumenten treedt de bas in dit deel driemaal op als interpretator en aangever. De naam van David, die ook een herder was, ontlokt hem een heilshistorische beschouwing over de herdersstand die sinds aartsvader Abraham speciaal ontvankelijk bleek voor Gods boodschappen. Zo legitimeert hij een Hirten-scène waartoe het evangelie eigenlijk geen aanleiding geeft.
6. (15) ARIA (T)
Frohe Hirten, eilt, ach eilet,
eh ihr euch zu lang verweilet,
eilt, das holde Kind zu sehn!
Geht, die Freude heißt zu schön,
sucht die Anmut zu gewinnen,
geht und labet Herz und Sinnen!
De tenor richt zich uiteraard niet (dramatisch) tot andere herders, maar (symbolisch) tot de luisteraar. Hij wordt begeleid door het voormalig engeleninstrument, de traverso. De tekst lijkt hier enigszins voorbarig: er is nog geen sprake van een kind, en het Lasset uns nun gehen zal pas in de volgende cantate klinken. Maar de vele 32-sten melisma’s getuigen wel van grote haast en ook voor een ordentelijk da capo is (in deze aria als enige) geen tijd.
7. (16) RECITATIEF (T)
(Evangelist:)
»Und das habt zum Zeichen:
Ihr werdet finden das Kind
in Windeln gewickelt und in einer Krippe liegen.«
Lucas 2:12. Het vervolg van de tekst van de engel legt Bach (conform tijdgenoten), zonder strijkersaureool, in de mond van de evangelist: hij beoogt niet getrouw een drama gestalte te geven maar schrijft Predigtmusik. Verrassende harmonieën en grillige sprongen accentueren de armzalige Krippe.
8. (17) KORAAL
Schaut hin, dort liegt im finstern Stall,
des Herrschaft gehet überall!
Da Speise vormals sucht ein Rind,
da ruhet itzt der Jungfrau’n Kind.
In het centrum van deze cantate (en dus van de eerste drie, de eigenlijke Kerstcantates) staat een vers van het koraal Vom Himmel hoch da komm ich her dat ook beide eerste delen besluit. Maar hier in laagste ligging: C-groot tgov D en G, een tonaal dieptepunt. Bij Herrschaft voeren de bassen de harmonie een none omhoog, bij de voedertrog (Speise vormals) gaat het weer even ver omlaag.
9. (18) RECITATIEF (B)
So geht denn hin, ihr Hirten, geht,
daß ihr das Wunder seht:
Und findet ihr des Höchsten Sohn
in einer harten Krippe liegen,
so singet ihm bei seiner Wiegen
aus einem süßen Ton
und mit gesamtem Chor
dies Lied zur Ruhe vor!
Nogmaals richt de bas de blik op de herders; de vier begeleidende hobo’s gaan van eilen naar wiegen, het werkwoord. De bas verzint er zelfs een handeling bij: zing een liedje. (Aria zoekt context!)
10. (19) ARIA (A)
Schlafe, mein Liebster, genieße der Ruh,
wache nach diesem vor aller Gedeihen!
   Labe die Brust,
   empfinde die Lust,
   wo wir unser Herz erfreuen!
Alle vier hobo’s (het gesammte Chor) begeleiden de alt, die octaverend wordt gesteund door de angelieke traverso. De alt lijkt (dramatisch) te staan voor Maria, maar symboliseert de gelovige.
Een toegankelijk wiegelied (berceuse) dat refereert aan het volksgebruik van het kindjewiegen. Maar Bach zou geen Bach zijn als het luchtige, homofone begin geen complexer polyfoon vervolg kreeg.
11. (20)  RECITATIEF (T)
(Evangelist:)
»Und alsobald war da bei dem Engel
die Menge der himmlischen Heerscharen,
die lobten Gott und sprachen:«
Lucas 2:13. De verslaggever zet ons terug in de chronologie en wendt onze blik weer van de kribbe naar de engelen.
12. (21) KOOR
»Ehre sei Gott in der Höhe
und Friede auf Erden
und den Menschen ein Wohlgefallen.«
Lucas 2:14. De hoofdschotel van de cantate. Op de tekst die als Gloria in de mis terecht kwam, schrijft Bach een groepskoor (turba), zoals steeds op de wijze van een motet: primair vocaal, ondergeschikte instrumentale begeleiding, en drie verschillende muzikale vormen voor de drie tekstregels:
- Ehre: een passacaglia, driemaal herhaalde lopende basfiguur met imitatieve zang;
- Friede: ‘orgelpunt’, een lange liggende pedaaltoon, met verstilde legato zang; een breekbare vrede, als een reeks zich oplossende dissonanten;
- Menschen: streng paarsgewijs canonisch.
Waarna alles nog eens in 16 maten wordt samengevat.
13. (22) RECITATIEF (B)
So recht, ihr Engel, jauchzt und singet,
daß es uns heut so schön gelinget!
Auf denn! wir stimmen mit euch ein,
uns kann es so wie euch erfreun.
Lang sleutelde Bach aan dit derde optreden van de bas, om uiteindelijk, terwille van een sterker contrast, de vier hobo’s te schrappen in dit bruggetje tussen twee koren.
14. (23) KORAAL
Wir singen dir in deinem Heer
aus aller Kraft Lob, Preis und Ehr,
daß du, o lang gewünschter Gast,
dich nunmehr eingestellet hast.
Het bekende Vom Himmel hoch, maar nu in triomfantelijk hoogste ligging. Het gepuncteerde siciliano-ritme verwijst naar het beginkoor. 'Wir' voegen ons bij herders en engelen. Hemel en aarde zijn verzoend: de ‘hemelse’ strijkers gaan colla parte met de vocale stemmen, de traverso vergezelt de aardse rietblazers die de fermates tussen de koraalregels vullen.
omhoog


© Eduard van Hengel