J. S. BACH: Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen (BWV 87)

(spreektekst Utr.Bachcantatedienst 5 mei 2013)

Beluister deze cantate alvast
in de uitvoering door Leusink
en zijn Holland Boys Choir
U wilde niet naar een bevrijdingsfestival?
U kunt het krijgen zoals u het hebben wilt: een strenge, sombere cantate, maar wel: garantie voor mooie muziek.
Maar wel één zonder openingskoor, een ‘solistencantate'.
Daarom beginnen wij vanavond met een koorwerk dat niets met de cantate te maken heeft: het SANCTUS BWV 238
[...]
Cantate 87 is niet geworden zoals Bach hem bedoeld had.
Hij schreef hem in zijn tweede jaar te Leipzig en zoals u hier al vaker verteld is
was het zijn bedoeling een jaar lang koraalcantates te schrijven,
dat zijn die cantates die beginnen met een groot koor
waarin de sopranen in lange noten de koraalmelodie zingen die u zelf zojuist hebt ingestudeerd.
Maar die reeks koraalcantates eindigt plotseling in de vastentijd 1725,
om onbekende redenen, wij denken omdat Bachs tekstdichter overleed,
en tussen Pasen en Pinksteren schrijft Bach cantates die niet aan zijn voorgenomen model beantwoorden,
Daarvoor gebruikt hij negen cantateteksten van de Leipziger dichteres
Christiane Mariane von Ziegler, een opmerkelijke dame.
Ze was de dochter van Hr Romanus,
tussen 1700 en 1705 enkele jaren een succesvol burgemeester van Lpz was.
Hij liet in 1705 een prachtig barok stadspaleis bouwen, het Romanushaus,
dat er nog altijd staat, op de hoek van de Brühl. en de Katharinenstraße,
maar overspeelde zijn hand toen hij dat met bedenkelijke transacties financierde.
Hij werd in 1705 gearresteerd, nooit definitief veroordeeld
en bracht de rest van zijn leven, 41 jaar,  door in voorlopige hechtenis,
in de vesting Königstein, misschien iets comfortabeler dan het kot onder het stadhuis, maar toch: geïnterneerd.
Mariane von Ziegler was, toen ze deze teksten schreef nog geen 30 jaar oud
en had toen al een minstens zo dramatische levensloop.
Op haar 16e getrouwd, maar haar man overleed binnen enkele jaren;
op haar 20e hertrouwd, maar ook deze echtgenoot overleed snel,
evenals de twee kinderen die ze uit haar beide huwelijken had.
Zo keerde ze op haar 27e terug in Lpz., trok weer bij haar moeder in,
in het vaderloze Romanushaus, waar ze een respectabele literair-muzikale salon vestigde
voor kunstenaars en intellectuelen, waar in het conservatieve Leipzig de vroege Duitse Aufklärung zijn beslag kreeg.
Ze publiceerde allerlei poëzie, waarvoor ze prestigieuze prijzen ontving.
Ze was een ravissante verschijning, opgewekte en krachtige vrouw, e
nergiek voorvechtster van vrouwenrechten
die zich wist te handhaven in kringen waartoe vrouwen nog nauwelijks toegang hadden.
En ze publiceerde dus een bundel met 60 cantateteksten,
waarvan Bach er blijkbaar al 9 had mogen gebruiken voor ze waren verschenen
en waarin hij trouwens soms drastische wijzigingen aanbrengt.
Of het tussen die twee daarna nog goed gekomen is weten wij niet.
In elk geval heeft Bach nooit meer teksten van Von Ziegler gebruikt,
en of hij in haar salons wel zo'n geziene gast was als wordt beweerd, betwijfel ik:
Bach was tenslotte geen intellectueel, geen avant-gardist, en met de Verlichting had hij ook al niert zoveel.

De cantate reageert op de voorgeschreven bijbeltekst voor vandaag,
Zondag Rogate (Bidt!), een passage uit het Johannesevangelie
waarin in Jezus aan zijn discipelen zijn afscheid aankondigt, en zegt
dat ze voortaan via hem, in zijn naam tot God mogen bidden.
Dat hebben ze totnutoe nooit gedaan Bisher habt ihr nichts gebeten in meinem Namen.
Mariane von Ziegler vat die regel echter - theologisch nogal omstreden - op
als een verwijt, beschuldiging "Jullie hebben te weinig gebeden, jullie moeten vergeving vragen",
en zo wordt het een tamelijk grimmige cantate, met als enig lichtpuntje de tenoraria nr.6
die reageert op de tweede bijbeltekst In der Welt habt ihr Angst maar die is nu - nog maar nauwelijks - overwonnen.
Beide evangelieteksten (1 en 5) worden, omdat het Christus-citaten zijn,
uiteraard door de bas gezongen, die - in cantates en Passionen - altijd als Vox Christi pleegt op te treden.
Die twee stukken zijn dus in strikte zin geen aria's, geen berijmde, vrije, lyrische tekst. Bach schrijft alleen "Basso solo".

Over de muziek wil ik mij nu graag beperken tot een kort gedeelte,
één van die minder opwindende delen, waaraan u anders vast niet zoveel aandacht zou schenken,
een recitatief, nr.2 waarin de alt Von Zieglers exegese voordraagt van de openingstekst:
Foei, jullie hebt niet in mijn naam gebeden, je bent het evangelie vergeten en dat vraagt om boetedoening.
Kijken we eerst naar haar eerste regel:
O Wort, das Geist und Seel erschreckt
Ik heb de alt en de continuospeler gevraagd u dat eerst even te laten horen.

U hoort dat de opening O Wort hier met een kwintsprong omhoog wordt geïllustreerd, wordt wakker, let op,
en ook het laatste woord erschreckt wordt met zo'n sprong onderstreept.
Maar ik vergat nog u te zeggen dat dit niet Bachs noten waren, maar de mijne:
ik wilde u het verschil laten horen tussen een middelmatig recitatief en een goed.
Bach zou van mijn noten hebben gezegd:
goed geprobeerd jochie, maar ik doe dat een stuk expressiever.
O Wort met een sprong over 6 noten, een septiem,
en erschreckt met een sext, over 5 noten
Zo doet Bach het dus:

Dan vervolgt de tekst met regel 2, "deze bijbeltekst doet een beroep (Zuruf) op u"
want, 3e zin, Ihr habt Gesetz und Evangelium vorsätzlich (expres, opzettelijk) übertreten
Hier heeft Bach ingegrepen in Von Zieglers tekst,
de woorden und Evangelium stonden er niet,
en het is eigenlijk ook niet zo'n gelukkige toevoeging
want een wet/Gesetz kun je overtreden, maar het evangelie?
Het liefdesgebod, dat kwam er nu juist om een eind te maken aan alle farizeïsche scherpslijperij.
Maar ik begrijp wel waarom Bach het deed:
hij heeft nu een mooie tegenstelling gecreëerd waar hij muzikaal iets mee kan:
Das Gesetz, het oude testament, het verbond met de strenge straffende God dat heeft afgedaan,
tegenover het nieuwe testament, met het liefdesgebod van de vergevingsgezinde God die zijn zoon offerde.
Bach markeert die tegenstelling met een mineur-akkoord op Gesetz [Wim: akkoord Dm]
en een majeur akkoord op Evangelium [Wim: akkoord D6]
Guja en continuo laten u nu even de gehele derde regel horen,
u hoort die twee akkoorden weer voorbijkomen, maar u moet vooral ook letten op de harmonie onder vorsätzlich

De As van de alt vormt, met de noten van het continuo een heel vuil, dissonant akkoord,
zeker vergeleken met die twee fraaie consonante akkoorden die eraan voorafgingen,
het is een zogeheten "verminderd-septiemakkoord", iets heel engs.[Wim: akkoord Dm, 5♭, 6+]
En u begrijpt waarom: vorsätzlich übertreten, dat is heel fout.
Helaas is ons gevoel voor dissonanten nogal gedegenereerd,
u kijkt er van op dat ik dit akkoord dissonant noem.
Dat komt niet alleen omdat wij Schönberg, Strawinsky en de hele 20ste eeuw achter ons hebben,
maar vooral ook omdat wij gewend zijn geraakt aan de moderne gelijkzwevende stemming:
die maakt alle toonsoorten speelbaar maar alle intervallen een beetje vals.
Dat was totaan Bach anders: je kon maar in een beperkt aantal toonsoorten spelen maar wel heel zuiver.
In Leiden (en helaas niet in Utrecht) hebben wij nog drie orgels (Pieters, Mare en Hooglandse Kerk)
die in zo'n oude middentoonstemming zijn gestemd;
daarop klinken Sweelinck en Frescobaldi glashelder, zuiver en transparant;
als je daar een tijdje naar hebt geluisterd heb je het gevoel dat je oren zijn uitgespoten,
en het contrast tussen consonante en dissonante akkoorden is dienovereenkomstig gescherpt.

Vervolgens hoort u een berouwvolle alt-aria (3).
met de donkere sound van de twee alt-hobo's, boven een smekend gebaar van de cello
dan voegt Bach weer eigen tekst in voor een prachtig tenor-recitatief, met luxueuze strijkersbegeleiding,
waarin tenor om troost vraagt met een radeloos zoekende figuur op suche.
die de bas/Jezus vervolgens zal beloven, in een ascetisch arioso (5) met louter continuobegeleiding.
Tenslotte een gracieuze tenoraria, en dan bent u weer aan de beurt met het slotkoraal..

Ik wens u een verscherpte aandacht.
omhoog


© Eduard van Hengel