|
|
|
|
|
|
J. S. Bach: Was soll ich
aus dir machen, Ephraim? BWV 89
|
Beluister
deze cantate alvast in de uitvoering door Leusink en zijn Holland Boys Choir |
De
twee hobo's, strijkers en het continuo wisselen drie rhetorische
motieven met elkaar uit (zie muziekvoorbeeld). Het eerste, door het
continuo geïntroduceerde motief herinnert ons aan de rollende
dobbelstenen bij de verloting van Jezus' mantel (Lasset uns den nicht zerteilen) in
de Johannes-Passion (die Bachs publiek pas enkele maanden later zou
horen). Het illustreert (volgens sommigen) Gods besluiteloosheid,
wikken en wegen, of (volgens anderen) zijn rollende toorn. De hobo's
openen met een klaaglijk (seufzer)
motief, de zuchten van de met straf bedreigden, terwijl de strijkers
met hun stijgend gebroken akkoorden pijnlijke vraagtekens plaatsen,
zoals de bassolist aanstonds zal bevestigen. De drie wraakzuchtige
vragen van een in zijn weerspannig kind teleurgestelde vader lopen uit
in beklemmende fermates. In het meer vergevingsgezinde tweede deel
klaart de sfeer enigszins op.
Die
betekenis stemt overeen (zie het tweede muziekvoorbeeld) met een
vergelijkbare wending op de woorden der
saure (zure, moeilijke)Weg
in het motet Komm, Jesu, komm
(BWV 229). Lange roulades van de cello maaien alle hoop weg.