J. S. BACH: motet Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn (BWV Anh.159)

Beluister uitvoeringen van Rilling. Hilliard of CantusKölln
Pas sinds twee artikelen van Daniel Melamed (1988 en 1995) kan iedereen ervan overtuigd zijn dat dit motet echt door Johann Sebastian Bach is gecomponeerd. In de Bach Werke Verzeichnis (BWV) kwam het nooit verder dan de Anhang, Werke zweifelhafter Echtheit, met de suggestie dat het geschreven zou zijn door Sebastians "profunde Onkel", de organist in zijn geboorteplaats Eisenach, Johann Christoph Bach (1642 - 1703), een neef van Sebastians vader. Deze wordt beschouwd als de meest getalenteerde Bach vóór J.S., zodat hij dus wel de auteur moest zijn van een, door een zekere Bach gecomponeerd motet, voor wie - met hele generaties Bach-onderzoekers - niet kon geloven dat J.S. ooit jong, onervaren en leergierig was geweest en een motet had gecomponeerd dat weinig leek op de ons bekende latere motetten BWV 225-230 maar des te meer de stijl van zijn voorgangers vertoonde. Inmiddels wijst de gebruikte papiersoort van het manuscript, het handschrift, de vermoedelijke overlevering maar ook stijlkritiek in de richting van een in 1712 of 1713 te Weimar ontstane compositie van J.S.Bach.
De hoofdtekst Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn is een citaat uit het oude testament (Genesis 32:27): op een breuklijn in zijn leven strijdt de aartsvader Jakob een nacht lang met een onbekende in wie hij uiteindelijk een engel Gods herkent, die hij vervolgens dwingt hem te zegenen; de van oorsprong derhalve joodse tekst is gechristianiseerd door de toevoeging mein Jesu. Deze tekst kwalificeert dit motet - zoals diverse andere - als Trauermusik, bestemd voor een begrafenis of herdenkingsdienst; met dezelfde titeltekst schreef Bach later zijn cantate BWV 157, eveneens voor een herdenkingsdienst.
Afgezien van het waarschijnlijk later in Leipzig toegevoegde slotkoraal bestaat het motet uit twee, direct in elkaar overgaande delen: een dubbelkoor (tweemaal vier stemmen) op de titeltekst, gevolgd door een koraalbewerking voor vier stemmen, c.q. twee koren unisono. Die tweeledige struktuur deelt dit motet met latere zoals Fürchte dich nicht (BWV 228) en dat andere, lang als niet-authentiek beschouwde Jauchzet dem Herren, alle Welt (BWV Anh.160).
1. Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn,
Mein Jesu
ich lasse dich nicht, du segnest mich denn!

Een ouderwetse indruk maakt vooral het eerste deel (1): uitsluitend lange (halve en kwart-)noten in een ‘verticale', akkoordische vorm: homofonie, zonder dat die akkoorden al gauw (zoals we bij Bach gewend zijn) door horizontale lijnen van afzonderlijke stemmen (polyfonie) met elkaar verbonden worden. Overigens creëert het bloksgewijze wisselspel tussen de beide koren onmiskenbaar spanning: aanvankelijk blokjes van vier maten, dan wat langer, vervolgens veel korter, en vanaf maat 56 vallen de koren elkaar in de rede, overlappen elkaar, om uiteindelijk gezamenlijk te eindigen met een fraaie afsluiting (kadens) die wordt ingeleid door drie hoge solonoten (f2 ges2 ges2) van de eerste sopraan op de, aan de bijbeltekst toegevoegde uitroep Mein  Jesu.
2. Weil du mein Gott und Vater bist,
dein Kind wirst du verlassen nicht.
Du väterliches Herz!
Ich bin ein armer Erdenkloß
auf Erden weiß ich keinen Trost

Direct start het tweede deel (2) waarin de sopranen van beide, tot één geheel samengevoegde koren in lange noten (als cantus firmus) het derde couplet zingen van het koraal Warum betrübst du dich, mein Herz (Erasmus Alber, 1557); met deze tekst uit het kerkelijk liedboek sluit de christelijke gemeente zich aan bij Jakobs bede. Opmerkelijk is echter dat de drie begeleidende stemmen volharden in de tekst Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn; ze doen dit strikt polyfoon, dat wil zeggen: elke stem heeft zijn volstrekt eigen en onafhankelijke melodische lijn. Aan die begeleidende stemmen liggen twee tekst-illustrerende motiefjes ten grondslag die voortdurend terugkeren en in allerlei onderlinge verhoudingen optreden:
- voor het eerste zinsdeel vijf nootjes die zich angstig aan elkaar vastklampen (lasse dich nicht)
- voor het tweede (segnest) een dalend, zegenend gebaar.
De polyfonie wijkt alleen gedurende twee maten (104/5) om de smeekbede van de sopraan Du väterliches Herz! te bekrachtigen met de uitroep Mein Jesu. In de voorlaatste maten klinkt het segne-motief aaneengeschakeld vijfmaal, van hoog naar laag.
Een dergelijke complex muziekstuk zal men in de nalatenschap van de ‘profunde Onkel' vergeefs zoeken.
Slotkoraal
(1788)
Dir, Jesu, Gottes Sohn, sei Preis,
daß ich aus deinem Worte weiß,
was ewig selig macht!
Gib das ich nun auch fest und treu
in diesem meinem Glauben sei.   

Ich bringe Lob und Ehre dir,
daß du ein ewig Heil auch mir
durch deinen Tod erwarbst.
Herr, dieses Heil gewähre mir,
und ewig, ewig dank ich dir.

Oude tekst
Ich dank dir, Christe, Gottes Sohn,
daß du mich solchs erkennen lan
durch dein göttliches Word;
verleih mir auch Beständigkeit
zu meiner Seelen Seligkeit.

Lob, Ehr und Preis sei dir gesagt
fur alle dein erzeigt Wohltat,
und bitt demutiglich, lass mich nicht
von dein'm Angesicht
verstosen werden ewiglich.
In de vroeg-negentiende eeuwse uitgaven van dit motet werd tenslotte een vierstemmige zetting aangetroffen van de twee laatste coupletten van voornoemd koraal Warum betrübst du dich. De vierstemmige muziek is bewijsbaar van Bach (BWV 421) maar de tekst - hiernaast afgedrukt - komt uit een herziening van het liedboek uit 1788, dus lang na Bachs dood. Anderzijds is het goed mogelijk dat Bach zijn Weimarer motet voor hergebruik in Leipzig, naar plaatselijke gewoonte met een koraal heeft aangevuld, en dat latere uitgevers de tekst ervan hebben geaktualiseerd. Maar als je ervoor kiest dan maar de in Bachs tijd gebruikelijke tekst (zie hiernaast) van de twee coupletten over te nemen, ben je er nog niet. Want:
1. Waar slaat die tekst op? Tweede regel daß du mich solchs erkennen lan. "Solchs"? Bach was toch altijd zo zorgvuldig in zijn tekstkeuze?
2. En wat illustreert die karakteristieke harmonisering met vier chromatische basnoten in maat 3-5? Hoogstwaarschijnlijk de woorden betrübst du dich, uit het éérste couplet.
Op dit onduidelijke punt zullen uitvoerders dus eigen keuzen moeten maken.
omhoog


© Eduard van Hengel