J.S. BACH: CANTATE Ihr werdet weinen und heulen (BWV 103)

1. Koor en Arioso B
Koor
Ihr werdet weinen und heulen,
aber die Welt wird sich freuen.
Bas
Ihr aber werdet traurig sein.
Koor
Doch eure Traurigkeit soll in Freude verkehret werden.


Gij zult schreien en weeklagen,
maar de wereld zal zich verblijden.

Gij zult bedroefd zijn.

Maar uw droefheid zal in blijdschap veranderen.


2. Recitatief T
Wer sollte nicht in Klagen untergehn,
Wenn uns der Liebste wird entrissen?
Der Seelen Heil,
die Zuflucht kranker Herzen
Acht nicht auf unsre Schmerzen.

Wie zou niet in klagen ten onder gaan
wanneer onze liefste bij ons wordt weggerukt?
Het heil van onze ziel,
de toevlucht voor ons zieke hart
let niet op onze smart.


3. Aria A
Kein Arzt ist außer dir zu finden,
Ich suche durch ganz Gilead;
Wer heilt die Wunden meiner Sünden,
Weil man hier keinen Balsam hat?
Verbirgst du dich, so muss ich sterben.
Erbarme dich, ach, höre doch!
Du suchest ja nicht mein Verderben,
Wohlan, so hofft mein Herze noch.

Geen arts is buiten u te vinden,
ik doorzoek heel Gilead;
wie heelt de wonden van mijn zonden,
omdat men hier geen balsem heeft?
Als gij u verbergt, dan moet ik sterven.
Ontferm u, ach luister toch!
Gij zoekt immers niet mijn ondergang,
welnu, daarom hoopt mijn hart nog.


4. Recitatief A
Du wirst mich nach der Angst auch wiederum erquicken;
So will ich mich zu deiner Ankunft schicken,
Ich traue dem Verheißungswort,
Dass meine Traurigkeit
In Freude soll verkehret werden.

Gij zult mij na de angst ook weer verkwikken;

daarom wil ik mij instellen op uw komst,
ik vertrouw het woord van uw belofte
dat mijn droefheid
in blijdschap veranderd zal worden.


5. Aria T
Erholet euch, betrübte Sinnen,
Ihr tut euch selber allzu weh.
Laßt von dem traurigen Beginnen,
Eh ich in Tränen untergeh,
Mein Jesus lässt sich wieder sehen,
O Freude, der nichts gleichen kann!
Wie wohl ist mir dadurch geschehen,
Nimm, nimm mein Herz zum Opfer an!

Rust uit, bedroefde zinnen,
jullie doen jezelf al te veel pijn.
Houd op met treuren
voordat ik in tranen onderga.
Mijn Jezus laat zich weer zien,
o  vreugde, met niets te vergelijken!
Wat een weldaad is mij daardoor ten deel gevallen!
Neem, neem mijn hart als offer aan.


6. Koraal
Ich hab dich einen Augenblick,
O liebes Kind, verlassen;
Sieh aber, sieh, mit großem Glück
Und Trost ohn alle Maßen
Will ich dir schon die Freudenkron
Aufsetzen und verehren;
Dein kurzes Leid soll sich in Freud
Und ewig Wohl verkehren.


Ik heb u voor een ogenblik,
mijn geliefd kind, verlaten;
zie echter, zie, met groot geluk
en mateloze troost
wil ik u nu de kroon der vreugde
opzetten en u eer geven;
uw korte lijden zal in vreugde
en eeuwig geluk veranderen.

(Nederlandse vertaling: Leo de Leeuw