Cantate Der Herr ist mein getreuer Hirt (BWV 112)

1. (Vs 1) KOOR
Der Herr ist mein getreuer Hirt,
hält mich in seiner Hute,
darin mir gar nichts mangeln wird
irgend an einem Gute.
Er weidet mich ohn Unterlaß,
darauf wächst das wohlschmeckend Gras
seines heilsamen Wortes.


De Heer is mijn getrouwe herder,
hij houdt mij in zijn hoede;
zodat het mij aan niets zal ontbreken,
aan geen enkel goed.
Hij doet mij almaar door grazen
daar waar het goed smakende gras
van zijn heilzaam woord groeit.
2. (Vs 2) ARIA (A)
Zum reinen Wasser er mich weist,
das mich erquicken tue.
Das ist sein fronheiliger Geist,
der macht mich wohlgemute.
Er führet mich auf rechter Straß
seiner Geboten ohn Ablaß
von wegen seines Namens willen.


Naar zuiver water wijst hij mij,
dat mij verkwikking brengt.
Het is zijn Geest die heilig is,
die geeft mij goede moed.
Hij leidt mij over het rechte pad
van zijn geboden zonder af te wijken,
omwille van zijn naam.
3. (Vs 3) RECITATIEF (B)
Und ob ich wandert im finstern Tal,
fürcht ich kein Ungelücke
in Verfolgung, Leiden, Trübsal
und dieser Welte Tücke:
denn du bist bei mir stetiglich,
dein Stab und Stecken trösten mich,
auf dein Wort ich mich lasse.


En al ging ik door een donker dal,
ik vrees geen kwaad
in vervolging, lijden, tegenspoed
en in de gemeenheid van deze wereld:
want gij zijt altijd bij mij,
uw stok en uw staf vertroosten mij,
aan uw woord vertrouw ik mij toe.

4. (Vs 4) ARIA / DUET (S, T)
Du bereitest für mir einen Tisch
für mein’ Feinden allenthalben,
machst mein Herze unverzagt und frisch,
mein Haupt tust du mir salben
mit deinem Geist, der Freuden Öl,
und schenkest voll ein meiner Seel
deiner geistlichen Freuden.


Gij richt voor mij een dis aan
voor het oog van mijn vijanden rondom,
gij maakt mij onbevreesd en fris.
U zalft mijn hoofd
met uw Geest, met vreugde-olie,
en schenkt mijn ziel vol
met uw geestelijke vreugde.
5. (Versus ultimus) KORAAL
Gutes und die Barmherzigkeit
folgen mir nach im Leben,
und ich werd bleiben allezeit
im Haus des Herren eben,
auf Erd in christlicher Gemein,
und nach dem Tod da werd ich sein
bei Christo, meinem Herren.

Goedheid en barmhartigheid
volgen mij mijn levensdagen,
en ik zal altijd verblijven
in het huis van de Heer,
op aarde in de gemeente van Christus
en na de dood dan zal ik
bij Christus mijn Heer
zijn.

(Nederlandse vertaling: Jaap H. van der Laan