Cantate Herz und Mund und Tat und Leben (BWV 147)

EERSTE DEEL


1    Koor

Herz und Mund und Tat und Leben
muss von Christo Zeugnis geben
ohne Furcht und Heuchelei,
dass er Gott und Heiland sei.
Hart en mond en daad en levenswijze
moeten getuigenis afleggen van Christus
zonder vrees en huichelarij,
dat Hij God en Heiland is.

2    Recitatief (tenor)

Gebenedeiter Mund!
Maria macht ihr Innerstes der Seelen
durch Dank und Rühmen kund;
sie fänget bei sich an,
des Heilands Wunder zu erzählen,
was er an ihr als seiner Magd getan.
O! menschliches Geschlecht,
des Satans und der Sünden Knecht,
du bist befreit
durch Christi tröstendes Erscheinen
von dieser Last und Dienstbarkeit!
Jedoch dein Mund und dein verstockt Gemüte
verschweigt, verleugnet solche Güte;
doch wisse, dass dich nach der Schrift
ein allzu scharfes Urteil trifft.
Gezegende mond!
Maria maakt haar diepste gevoelens
door dank en lof openbaar;
zij begint bij zichzelf
te vertellen van het wonder van de Heiland,
dat Hij aan haar als Zijn dienstmaagd heeft verricht.
O! menselijk geslacht,
knecht van de satan en van de zonde,
je bent bevrijd
door de troostende verschijning van Christus
van deze last en dienstbaarheid!
Maar je mond en je verstokte hart
verzwijgt, loochent deze grote goedheid;
weet echter dat jou naar de Schrift
een zeer hard oordeel treft.

3    Aria (alt)

Schäme dich, o Seele, nicht,
deinen Heiland zu bekennen,
soll er dich die seine nennen
vor des Vaters Angesicht!
Doch wer ihn auf dieser Erden
zu verleugnen sich nicht scheut,
soll von ihm verleugnet werden,
wenn er kömmt zur Herrlichkeit.
Schaam je niet, o ziel,
je Heiland te belijden,
opdat Hij jou de Zijne zal noemen
voor het aangezicht van de Vader!
Maar wie op deze aarde
er niet voor terugschrikt Hem te verloochenen,
zal door Hem verloochend worden,
wanneer Hij komt tot de heerlijkheid.

4    Recitatief (bas)

Verstockung kann Gewaltige verblenden,
bis sie des Höchsten Arm vom Stuhle stösst;
doch dieser Arm erhebt,
obschon vor ihm der Erden Kreis erbebt,
hingegen die Elenden, so er erlöst.
O hochbeglückte Christen,
auf, machet euch bereit,
itzt ist die angenehme Zeit,
itzt ist der Tag des Heils:
der Heiland heisst euch Leib und Geist
mit Glaubensgaben rüsten,
auf, ruft zu ihm in brünstigem Verlangen,
um ihn im Glauben zu empfangen.
Verstoktheid kan grote heersers verblinden,
tot de arm van de Allerhoogste ze van hun troon stoot
maar deze arm verheft daarentegen,
hoewel de aarde voor Hem beeft,
de beklagenswaardigen, die Hij verlost.
O! hoog verblijde Christenen,
komaan, maakt u gereed,
nu is de heuglijke tijd aangebroken,
nu is de dag des heils daar:
de Heiland draagt u op om lichaam en geest
met gaven van het geloof uit te rusten,
komaan, roept tot Hem in vurig verlangen,
om Hem in het geloof te ontvangen.

5    Aria (sopraan)

Bereite dir, Jesu, noch itzo die Bahn,
mein Heiland, erwähle
die gläubende Seele
und siehe mit Augen der Gnade mich an!
Maak de weg thans nog voor u gereed
mijn Heiland, kies
de gelovende ziel
en zie met ogen vol genade mij aan!

6    Koraal

Wohl mir, dass ich Jesum habe,
o wie feste halt ich ihn,
dass er mir mein Herze labe,
wenn ich krank und traurig bin.
Jesum hab ich, der mich liebet
und sich mir zu eigen gibet;
ach drum lass ich Jesum nicht,
wenn mir gleich mein Herze bricht.
Gelukkig ben ik, dat ik Jezus heb,
o, hoe stevig houd ik Hem vast,
opdat Hij mijn hart moge laven,
wanneer ik ziek en verdrietig ben.
Jezus heb ik, die mij liefheeft
en zich aan mij schenkt;
ach, daarom laat ik Jezus niet los,
ook al breekt mijn hart.

TWEEDE DEEL


7    Aria (tenor)

Hilf, Jesu, hilf, dass ich auch dich bekenne,
in Wohl und Weh, in Freud und Leid,
dass ich dich meinen Heiland nenne
im Glauben und Gelassenheit,
dass stets mein Herz von deiner Liebe brenne,
hilf, Jesu, hilf!
Help, Jezus, dat ik ook U belijden mag,
in wel en wee, in vreugde en verdriet,
dat ik U mijn Heiland mag noemen
in geloof en innerlijke rust,
dat steeds mijn hart van Uw liefde moge branden,
help, Jezus, help!

8    Recitatief (alt)

Der höchsten Allmacht Wunderhand
wirkt im Verborgenen der Erden.
Johannes muss mit Geist erfüllet werden,
ihn zieht der Liebe Band
bereits in seiner Mutter Leibe,
dass er den Heiland kennt,
ob er ihn gleich noch nicht
mit seinem Munde nennt;
er wird bewegt, er hüpft und springet,
indem Elisabeth das Wunderwerk ausspricht,
indem Mariae Mund der Lippen Opfer bringet.
Wenn ihr, o Gläubige, des Fleisches
Schwachheit merkt,
wenn euer Herz in Liebe brennet,
und doch der Mund den Heiland nicht bekennet,
Gott ist es, der euch kräftig stärkt,
er will in euch des Geistes Kraft erregen,
ja, Dank und Preis auf eure Zunge legen.
De wonderbaarlijke hand van de hoogste Almachtige
is werkzaam in het verborgene van de aarde.
Johannes moet met de Geest worden vervuld,
de band van de liefde trekt reeds aan hem
in het lichaam van zijn moeder,
zodat hij de Heiland kent
hoewel hij hem nog niet
met zijn mond noemt;
hij wordt bewogen, hij huppelt en springt,
terwijl Elisabeth het wonder bekend maakt,
terwijl Maria’s mond het offer der lippen brengt.
Wanneer jullie, gelovigen, de zwakheid van het
vlees bemerken,
wanneer jullie hart in liefde brandt,
en toch jullie mond de Heiland niet belijdt,
dan is het God, die jullie met kracht sterkt,
Hij wil in jullie de kracht van de geest opwekken,
ja, dank en lof in jullie mond leggen.

9    Aria (bas)

Ich will von Jesu Wundern singen
und ihm der Lippen Opfer bringen.
Er wird nach seiner Liebe Bund
das schwache Fleisch, den irdschen Mund
durch heillges Feuer kräftig zwingen.
Ik wil zingen van de wonderen van Jezus
en Hem het offer van de lippen brengen.
Hij wil door het verbond van Zijn liefde
het zwakke vlees, de aardse mond
door heilig vuur krachtig dwingen.

10    Koraal

Jesus bleibet meine Freude,
meines Herzens Trost und Saft,
Jesus wehret allem Leide,
er ist meines Lebens Kraft,
meiner Augen Lust und Sonne,
meiner Seele Schatz und Wonne;
darum lass ich Jesum nicht,
aus dem Herzen und Gesicht.
Jezus blijft mijn vreugde,
de troost en het levenssap van mijn hart,
Jezus weert al het leed,
Hij is de kracht van mijn leven,
de lust en de zon voor mijn ogen,
de schat en de gelukzaligheid van mijn ziel;
daarom laat ik Jezus niet gaan
uit mijn hart en uit mijn oog.

(Nederlandse vertaling: Henk Pijlman)