CANTATE Erhöhtes Fleisch und Blut (BWV 173)

1. RECITATIEF (T)
Erhöhtes Fleisch und Blut,
das Gott selbst an sich nimmt,
dem er schon hier auf Erden
ein himmlisch Heil bestimmt,
des Höchsten Kind zu werden,
erhöhtes Fleisch und Blut!

Verhoogd vlees en bloed
dat God zelf tot zich neemt,
en waarvoor hij al hier op aarde
een hemels heil heeft bestemd,
namelijk een kind van de Hoogste te worden,
verhoogd vlees en bloed!

2. ARIA (T)
Ein geheiligtes Gemüte
sieht und schmecket Gottes Güte.
Rühmet, singet, stimmt die Saiten,
Gottes Treue auszubreiten!


Een geheiligd gemoed
ziet en proeft Gods goedheid.
Prijs, zing, stem de snaren
om Gods trouw te verspreiden!

3. ARIA (A)
Gott will, o ihr Menschenkinder,
an euch große Dinge tun.
Mund und Herze, Ohr und Blicke
können nicht bei diesem Glücke
und so heilger Freude ruhn.


God, o mensenkinderen, wil
grote dingen aan u doen.
Mond en hart, oren en blikken
kunnen niet rusten bij dit geluk
en bij zo'n heilige vreugde.

4. ARIA / DUET (S, B)
(B) So hat Gott die Welt geliebt,
sein Erbarmen
hilft uns Armen,
daß er seinen Sohn uns gibt,
Gnadengaben zu genießen,
die wie reiche Ströme fließen.
(S) Sein verneuter Gnadenbund
ist geschäftig und wird kräftig
in der Menschen Herz und Mund,
daß sein Geist zu seiner Ehre
gläubig zu ihm rufen lehre.
(S, B) Nun wir lassen unsre Pflicht
Opfer bringen, dankend singen,
da sein offenbartes Licht
sich zu seinen Kindern neiget
und sich ihnen kräftig zeiget.


God heeft de wereld zo liefgehad
zijn ontferming
helpt ons stakkers,
dat hij ons zijn zoon geeft
zodat wij genadegaven kunnen genieten
die stromen als rijke rivieren.
Zijn vernieuwde genadeverbond
is actief en wordt krachtig
in het hart en de mond van de mensen,
zodat zijn geest tot zijn eer
hen gelovig tot hem leert roepen.
Laten wij nu onze verschuldigde
offers brengen, dankend zingen,
want zijn geopenbaarde licht
buigt zich over zijn kinderen
en toont hun zijn kracht.

5. RECITATIEF / DUET (S, T)
Unendlichster, den man doch Vater nennt,
wir wollen dann das Herz zum Opfer bringen,
aus unsrer Brust, die ganz vor Andacht brennt,
soll sich der Seufzer Glut
zum Himmel schwingen.


Oneindige, die toch Vader wordt genoemd,
wij willen u ons hart offeren;
vanuit ons binnenste, dat brandt van vroomheid,
arioso: moet het vuur van onze zuchten
opstijgen naar de hemel.

6. KOOR
Rühre, Höchster, unsern Geist,
daß des höchsten Geistes Gaben
ihre Würkung in uns haben!
Da dein Sohn uns beten heißt,
wird es durch die Wolken dringen
und Erhörung auf uns bringen.


Raak onze geest aan, o Hoogste,
zodat de gaven van de hoogste Geest
in ons gaan werken!
Omdat uw Zoon ons opdraagt te bidden,
zal ons gebed door de wolken heendringen
en zullen wij verhoord worden.

(Nederlandse vertaling: Ria van Hengel