CANTATE Dem Gerechten muß das Licht immer wieder aufgehen (BWV 195)

1. KOOR
Dem Gerechten muß das Licht immer wieder aufgehen und Freude den frommen Herzen.
Ihr Gerechten, freuet euch des Herrn und danket ihm und preiset seine Heiligkeit.

Voor de rechtvaardige moet het licht steeds weer opgaan, en vreugde voor de vrome harten.
O rechtvaardigen, verheug u in de Heer
en dank hem en prijs zijn heiligheid.

2. RECITATIEF (B)

Dem Freudenlicht gerechter Frommen
Muß stets ein neuer Zuwachs kommen,
Der Wohl und Glück bei ihnen mehrt.
Auch diesem neuen Paar,
An dem man so Gerechtigkeit
Als Tugend ehrt,
Ist heut ein Freudenlicht bereit,
Das stellet neues Wohlsein dar.
O! ein erwünscht Verbinden!
So können zwei ihr Glück,
eins an dem andern, finden.


Het vreugdelicht van rechtvaardige vromen
moet zich steeds opnieuw uitbreiden,
waardoor welzijn en geluk bij hen toenemen.
Ook dit nieuwe paar,
waarvan men zowel de gerechtigheid
als de deugd eert,
staat vandaag een vreugdelicht te wachten
dat nieuw welzijn vertegenwoordigt.
O, gewenste verbintenis!
Zo kunnen twee mensen
hun geluk in elkaar vinden.

3. ARIA (B)

Rühmet Gottes Güt und Treu!
Rühmet ihn mit reger Freude,
Preiset Gott, Verlobten beide!
   Denn eu'r heutiges Verbinden
   Läßt euch lauter Segen finden,
   Licht und Freude werden neu.


Roem Gods goedheid en trouw,
roem hem met opgewekte vreugde,
prijs God, verloofd tweetal!
Want uw verbintenis van vandaag
maakt dat u louter zegen vindt,
licht en vrede worden vernieuwd.

4. RECITATIEF (S)

Wohlan, so knüpfet denn ein Band,
Das so viel Wohlsein prophezeihet.
Des Priesters Hand
Wird jetzt den Segen
Auf euren Ehestand,
Auf eure Scheitel legen.
Und wenn des Segens Kraft
hinfort an euch gedeihet
So rühmt des Höchsten Vaterhand!
Er knüpfte selbst eu'r Liebesband
Und ließ das, was er angefangen,
Auch ein erwünschtes End erlangen


Kom, knoop een band
die zoveel welzijn belooft.
De hand van de priester
zal nu de zegen
op uw huwelijkse staat,
op uw hoofd leggen.
En als de zegenkracht
voortaan bij u gedijt,
roem dan de vaderhand van de Hoogste.
Hijzelf heeft uw liefdesband geknoopt,
en heeft dat wat hij was begonnen
ook een gewenst einde laten krijgen.

5. KOOR

Wir kommen, deine Heiligkeit,
Unendlich großer Gott, zu preisen.
   Der Anfang rührt von deinen Händen,
   Durch Allmacht kannst du es vollenden
   Und deinen Segen kräftig weisen.


Wij komen uw heiligheid prijzen,
oneindig grote God.
Het begin komt uit uw handen,
door uw almacht kunt het het voltooien
en uw zegen krachtig bewijzen.

post copulationem

6. ARIA (A)

Auf und rühmet des Höchsten Güte
mit erkenntlichem Gemüte,
angenehm, vereintes Paar.
    Denn eu'r Wünschen, denn eu'r Hoffen
    ist nun völlig eingetroffen
    und eu'r Glück ist offenbar.


na de huwelijksvoltrekking


Komaan, roem de goedheid van de Hoogste,
met een dankbaar gemoed,
aangenaam, verenigd paar.
Want uw wensen en uw verlangens
zijn nu volkomen vervuld
en uw geluk is duidelijk zichtbaar.

7. RECITATIEF (T)

Hochedles Paar, du bist nunmehr verbunden,
itzt warten schon die segensvollen Stunden,
auf dich und dein erhabnes Haus.
Der Höchste sprach durch seines Dieners Mund
itzt über Dich den Segen aus.
Er wird gewiß bekleiben
und edle Früchte treiben.
So geht nun hin in Frieden
euch ist ein solches Wohl,
ein dau'rhaft Wohl beschieden
das keine Zeit vermindern soll.
Du aber Herr, laß itzt Gebet und Flehen,
das noch einmal zu deinem Throne steigt,
doch die Erhörung sehen
daß deine Gnade sich zu den Verlobten neigt.


Edel paar, u bent nu verbonden,
nu wachten de zegenrijke uren
op u en op uw verheven huis.
De Hoogste heeft thans door de mond van zijn dienaar
de zegen over u uitgesproken.
Die zal zeker beklijven
en edele vruchten afwerpen.
Ga dus nu heen in vrede,
u is zo''n welzijn,
een duurzaam welzijn geschonken
dat nooit zal afnemen.
Maar u Heer, laat nu het gebed en de smeekbeden
die nog eenmaal naar uw troon opstijgen
worden verhoord,
zodat uw genade zich over de verloofden uitstort.

8. KOOR
Höchster schenke diesem Paar
Freude die dein Segen schenket!
    Gib daß deine Gnadenhand
    stets in ihrem Ehrenstand
    Glück und Heil zu ihnen lenket.


Hoogste, schenk dit paar
de vreugde van uw zegen!
Geef dat uw genadige hand
altijd geluk en heil naar hen toestuurt
in hun eervolle staat.

6/9. KORAAL
Nun danket all und bringet Ehr,
Ihr Menschen in der Welt,
Dem, dessen Lob der Engel Heer
Im Himmel stets vermeldt.

Ermuntert euch und singt mit Schall
Gott, unserm höchsten Gut,
Der seine Wunder überall
Und große Dinge tut!


Dank nu allen en breng eer,
o mensen in de wereld,
aan hem wiens lof de engelenschare
in de hemel voortdurend meldt.

Verheug u en zing luid
tot God, ons hoogste goed,
die overal zijn wonderen
en grote dingen doet!

(Nederlandse vertaling: Ria van Hengel