Cantate Jesus nahm zu sich die Zwölfe (BWV 22)

1.    Aria (tenor, bas en koor)

Tenor:
"Jesus nahm zu sich die Zwölfe und sprach:
Bas:
Sehet, wir gehn hinauf gen Jerusalem,
und es wird alles vollendet werden,
das geschrieben ist von des Menschen Sohn.
Koor:
Sie aber vernahmen der keines
und wußten nicht, was das gesaget war."

“Jezus nam de twaalven terzijde en sprak:

Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem,
en alles zal volbracht worden,
wat geschreven is over de Zoon des mensen.

Zij echter begrepen niets van deze dingen
en wisten niet, wat er gezegd was.” (Lucas 18, 31 en 34)

2.     Aria (alt)

Mein Jesu, ziehe mich nach dir,
ich bin bereit, ich will von hier
und nach Jerusalem zu deinen Leiden gehn.
Wohl mir, wenn ich die Wichtigkeit
von dieser Leid- und Sterbenszeit
zu meinem Troste kann durchgehends wohl  verstehn.
Mijn Jezus, trek mij naar U toe,
ik ben bereid, ik wil van hier
en naar Jeruzalem, naar Uw lijden gaan.
Ik ben gelukkig wanneer ik het belang
van deze tijd van lijden en sterven
tot mijn vertroosting voor altijd kan begrijpen.

3.    Recitatief (bas)

Mein Jesu, ziehe mich, so werd ich laufen,
denn Fleisch und Blut verstehet ganz und gar
nebst deinen Jüngern nicht,
was das gesaget war.
Es sehnt sich nach der Welt
und nach dem größten Haufen.
Sie wollen beiderseits, wenn du verkläret bist,
zwar eine feste Burg auf Tabors Berge bauen.
Hingegen Golgatha, so voller Leiden ist,
in deiner Niedrigkeit mit keinem Auge schauen.
Ach! kreuzige bei mir in der verderbten Brust
zuvörderst diese Welt und die verbotne Lust,
so werd ich, was du sagst, vollkommen wohl verstehen
und nach Jerusalem mit tausend Freuden gehen.
Mijn Jezus, trek mij tot U, dan zal ik snel gaan,
want mijn vlees en mijn bloed begrijpen,
net als Uw discipelen, in het geheel niet
wat er was gezegd.
Mijn vlees en bloed verlangen naar de wereld
en naar wat de grote massa doet.
Ze willen beide, wanneer Gij verheerlijkt zijt,
weliswaar een vaste burcht op Tabors berg bouwen.
Maar Golgotha, dat zo vol van lijden is
in Uw nederigheid, met geen oog aanschouwen.
Ach! kruisig in mij, in mijn verdorven binnenste,
allereerst deze wereld en de verboden begeerte,
dan zal ik volkomen goed verstaan wat Gij zegt
en naar Jeruzalem met duizend vreugden gaan.

4.    Aria (tenor)

Mein alles in allem, mein ewiges Gut,
verbeßre das Herze, verändre den Mut,
schlag alles darnieder,
was dieser Entsagung des Fleisches zuwider!
Doch wenn ich nun geistlich ertötet da bin,
so ziehe mich nach dir in Friede dahin!
Mijn alles in alles, mijn eeuwig goed,
verbeter mijn hart, verander mijn gezindheid,
sla alles neer
wat in strijd is met deze zelfverloochening van het vlees!
Maar wanneer ik geestelijk ben afgestorven,
trek mij dan naar U toe in vrede!
5.    Koraal (koor)

Ertöt uns durch dein Güte,
erweck uns durch dein Gnad;
den alten Menschen kränke,
daß der neu' leben mag
wohl hie auf dieser Erden,
den Sinn und all Begehren
und Gdanken habn zu dir.
Doe ons afsterven door Uw goedheid
en wek ons op door Uw genade;
maak de oude mens ziek,
opdat hij tot nieuw leven mag komen
hier op deze aarde,
en zijn gevoel en al zijn verlangen
en gedachten op U gericht mag hebben.

(Nederlandse vertaling: Henk Pijlman)