CANTATE Es reißet euch ein schrecklich Ende (BWV 90)

1. ARIA (T)
Es reißet euch ein schrecklich Ende,
Ihr sündlichen Verächter, hin.
   Der Sünden Maß ist voll gemessen,
   Doch euer ganz verstockter Sinn
   Hat seines Richters ganz vergessen.


Een verschrikkelijk einde
sleurt u mee, o zondige verachters.
De maat van uw zonden is vol,
maar uw verstokte hart
is zijn rechter volkomen vergeten.
2. RECITATIEF (A)
Des Höchsten Güte wird von Tag zu Tage neu,
Der Undank aber sündigt stets auf Gnade.

O, ein verzweifelt böser Schade,
So dich in dein Verderben führt.
Ach! wird dein Herze nicht gerührt,
Daß Gottes Güte dich
Zur wahren Buße leitet?
Sein treues Herze lässet sich
Zu ungezählter Wohltat schauen:
Bald läßt er Tempel auferbauen,
Bald wird die Aue zubereitet,
Auf die des Wortes Manna fällt,
So dich erhält.
Jedoch, o Bosheit dieses Lebens,
Die Wohltat ist an dir vergebens.


De goedheid van de Hoogste vernieuwt zich elke dag,
maar de ondankbaarheid zondigt voortdurend onvoorwaardelijk.
O, zo leidt een wanhopig slechte schade
u naar de ondergang.
Ach, raakt dit uw hart niet,
zodat Gods goedheid u
tot ware boete brengt?
Zijn trouwe hart vertoont zich
in talloze weldaden:
nu eens laat hij tempels bouwen,
dan weer wordt het veld gereedgemaakt
waarop het manna van het woord valt
dat voor uw behoud zorgt.
Maar o, slechtheid van dit leven,
die weldaad is aan u verspild.
3. ARIA (B)
So löschet im Eifer der rächende Richter
Den Leuchter des Wortes zur Strafe doch aus.
   Ihr müsset, o Sünder, durch euer  Verschulden
   Den Greuel an heiliger Stätte erdulden,
   Ihr machet aus Tempeln ein mörderisch Haus.


Zo dooft de wrekende rechter in zijn ijver
de lamp van het woord toch uit, als straf.
U moet, o zondaars, door eigen schuld
de schending van heilige plaatsen dulden,
u maakt van tempels huizen van moord.
4. RECITATIEF (T)
Doch Gottes Auge sieht auf uns als Auserwählte;
Und wenn kein Mensch der Feinde Menge zählte,
So schützt uns doch der Held in Israel,
Es hemmt sein Arm der Feinde Lauf
Und hilft uns auf;
Des Wortes Kraft wird in Gefahr
Um so viel mehr erkannt und offenbar.


Maar Gods ogen aanschouwen ons als uitverkorenen.
En al kan geen mens het aantal vijanden tellen,
de held in Israël beschermt ons,
zijn arm houdt de opmars van de vijanden tegen
en helpt ons uit de nood;
in gevaar wordt de kracht van het woord
des te meer zichtbaar en duidelijk.
5. KORAAL
Leit uns mit deiner rechten Hand
Und segne unser Stadt und Land;
Gib uns allzeit dein heilges Wort,
Behüt fürs Teufels List und Mord;
Verleih ein selges Stündelein,
Auf daß wir ewig bei dir sein.

Leid ons met uw rechterhand
en zegen onze stad en ons land;
geef ons altijd uw heilig woord,
behoed ons voor list en moord van de duivel;
geef ons een zalig uurtje,
opdat wij eeuwig bij u zijn.

(Nederlandse vertaling: Ria van Hengel